Hoe vis eten helpt klimaatverandering tegen te gaan

dinsdag 8 September 2020
vis eten

Een dieet met meer vis en meer plantaardige producten is het meest effectief om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door Blonk consultants, Wageningen Universiteit en Danone Nutricia Research. De studie is gepubliceerd in The American Journal of Clinical Nutrition. Het onderzoek toont aan dat de consumptie van rundvlees, varkensvlees, kaas, snacks en boter sterk moet afnemen om de klimaatdoelen van Parijs te behalen. Nederlanders zouden hiervoor meer peulvruchten, vis, schaal- en schelpdieren, noten, pinda’s, groenten en sojaproducten moeten gebruiken in onze voeding.

Klimaatakkoord

Volgens het klimaatakkoord van Parijs moet de opwarming van de aarde worden beperkt tot 1,5 graden Celsius. Om dat te bereiken, moet de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Bovendien moet de uitbuiting van land worden tegengegaan, evenals het verlies van biodiversiteit, schoon water en fossiele brandstoffen. In het klimaatakkoord zijn doelen gesteld voor de uitstoot van broeikasgassen in 2030 en 2050. Om die doelen te behalen, zou ook ons voedingspatroon moeten veranderen.

Voedselconsumptiepeiling

De onderzoekers keken naar mogelijke veranderingen in het Nederlandse voedingspatroon. Hiervoor maakten ze gebruik van data uit de Voedselconsumptiepeiling (2007-2010). In deze peiling zijn 3819 Nederlanders ondervraagd over hun voeding. De lijst bestaat uit 1599 verschillende voedingsproducten. In dit onderzoek vereenvoudigden de wetenschappers deze data. Ze beperkten de lijst tot 207 producten, die het gemiddelde voedingspatroon van 699 Nederlanders vertegenwoordigen. Van deze producten berekenden de onderzoekers de impact op het klimaat. Dit deden ze met behulp van een levenscyclusanalyse (‘van boer tot bord’) van elk product.

Uitstoot broeikasgassen beperken

Om de klimaatdoelen te halen zou het Nederlandse voedingspatroon dus moeten veranderen, concluderen de onderzoekers. Om te laten zien welke veranderingen mogelijk zijn, stelden de wetenschappers twaalf verschillende scenario’s op. De eerste vier scenario’s hebben te maken met de uitstoot van broeikasgassen. Volgens het klimaatakkoord moet die uitstoot worden beperkt tot 1,11 kg CO2-equivalenten per persoon per dag in 2050, of 2,04 in 2030. Daarnaast stelden de onderzoekers een ‘minder streng’ scenario op voor 2,5 CO2-equivalenten in 2030. Het vierde scenario is een voedingspatroon zonder dat klimaatdoelen moeten worden gehaald.

Voedingspatronen

De volgende vijf scenario’s zijn opgesteld volgens verschillende voedingspatronen. Het gaat hier om een dieet volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum, een flexitarisch dieet (maximaal 50 gram vlees per week), een pescotarisch (geen vlees, wel vis), vegetarisch (geen vlees, wel zuivel en eieren) en veganistisch (volledig plantaardig) dieet. De laatste drie scenario’s zijn bepaald aan de hand van doelen voor voedseldiversiteit, voedselacceptatie en de wederzijdse afhankelijkheid van de zuivel- en rundvleesproductie.

Vegetarisch en veganistisch dieet niet optimaal

Om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, moeten Nederlanders minder rundvlees, varkensvlees, kaas, snacks en boter eten en meer peulvruchten, vis, schaal- en schelpdieren, noten, pinda’s, groenten en sojaproducten. Hiermee wordt het klimaatdoel voor 2030 behaald, blijkt uit de analyse van de wetenschappers. Om het doel voor 2050 te behalen, zouden mensen een voedingspatroon met weinig diversiteit moeten gebruiken. Dat is niet wenselijk. Ook het vegetarische en veganistische dieet zijn niet optimaal. Vegetariërs missen de visvetzuren EPA en DHA. Veganisten missen bovendien voldoende calcium en vitamine B12, tenzij ze veel producten gebruiken waaraan dit is toegevoegd.

Bron: VMT (Vakblad voor Voedingsmiddelenindustrie)


Naar overzicht